Verantwoordelijkheidsmijding

Dertien jaar waarschuwingen. Tweeënhalf jaar afvalcrisis. En nog altijd onzekerheid over de aangerichte gezondheidsschade.


Opinie | Stichting Pro Lagun


Bonaire, 11 oktober 2026 - Hoeveel waarschuwingen heeft een overheid nodig voordat zij handelt? Hoeveel rapporten moeten aantonen dat er iets ernstig mis is? En hoelang mogen bewoners in onzekerheid blijven over de gevolgen voor hun gezondheid?


Rond de afvalstortplaats Selibon op Bonaire zijn die vragen inmiddels pijnlijk actueel. De risico's zijn al sinds 2013 officieel bekend. De acute afvalcrisis duurt voor de buitenstaander nu ongeveer tweeënhalf jaar, maar voor de omwonenden al enkele decennia. Er zijn grote branden geweest, schadelijke stoffen gemeten en ernstige tekortkomingen in het afvalbeheer vastgesteld. Toch ontbreekt voor de omwonenden nog altijd een concreet, samenhangend plan om hun langdurige blootstelling en mogelijke gezondheidsschade te onderzoeken.


Intussen wijzen overheden doorlopend naar elkaar en staan ze daardoor met hun rug naar de bewoners gekeerd.


Den Haag weet al dertien jaar wat er mis is

In 2013 ontwikkelden het Openbaar Lichaam Bonaire en Selibon gezamenlijk een afvalbeheer- en uitvoeringsplan. Daarin werd erkend dat verbetering van het afvalbeheer dringend noodzakelijk was voor de volksgezondheid en de leefomgeving. Ook de toegang van loslopende geiten tot het stortterrein werd destijds bijvoorbeeld al als risico benoemd, een detail met mogelijk grote gevolgen.

Het plan werd aangeboden aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. In 2016 volgde een actualisatie, opnieuw opgesteld door het lokale bestuur en Selibon, waarin de uitvoering, planning en financiering verder werden uitgewerkt. Ook het afwerken van de stortplaats Lagun stond toen al op de planning. Dit waren toch geen rapporten die ergens onder in een lade in Kralendijk of Den Haag verdwenen? Het Rijk was rechtstreeks betrokken bij de plannen en de financiering ervan.

Dertien jaar later zijn de structurele problemen niet opgelost. En nu er verhoogde dioxine-waarden bij geiten in de omgeving – en dus in de voedselketen - zijn aangetroffen, blijkt hoe relevant de destijds vastgestelde risico's nog altijd zijn.

Bron: een bezorgde burger
Data: 10-10-2026 omstreeks 12:00 uur

De vraag is niet langer of de betrokken overheden wisten dat er een probleem was. De vraag is wat zij al die jaren met die kennis hebben gedaan.
Het bleef helaas bij een ‘plan’. Het ‘beheer’ en de ‘uitvoering’ zijn nooit in de praktijk gebracht.


De overheid staat boven de wet en de bewoners staan in de rook.

Er is een ander aspect aan dit dossier dat nauwelijks te bevatten is. De afvalstortplaats Lagun functioneert al jarenlang zonder de vereiste milieuvergunning. En alsof dat niet ernstig genoeg is, hebben inspecties en onderzoeken herhaaldelijk aangetoond dat de afvalverwerking op tal van punten niet voldoet aan de eisen die aan een veilige en verantwoorde bedrijfsvoering worden gesteld.

Desondanks wordt de situatie telkens opnieuw gedoogd. Overtredingen worden vastgesteld, termijnen worden gesteld, maatregelen worden aangekondigd en vervolgens blijkt dat de problemen nog altijd niet zijn opgelost. Gedogen zonder realistisch zicht op een vergunning is een zinloze missie en staat haaks op het doel van gedogen. Die vergunning zal wel aangevraagd worden maar de benodigde milieueffectrapportage probeert men te vermijden omdat daarmee een vergunning onhaalbaar wordt. Een overheid die haar eigen regels buigt zodat er om het eigenhandig gecreëerde probleem heen gewerkt kan worden.


Iedere inwoner van Bonaire wordt geacht zich aan de wet te houden. Maar kennelijk gelden voor een afvalverwerker die volledig eigendom is van de lokale overheid andere maatstaven.

Selibon is geen willekeurige particuliere onderneming. Het is een overheids-N.V., volledig in handen van het Openbaar Lichaam Bonaire. Datzelfde OLB is wettelijk verantwoordelijk voor de organisatie van de afvalverwerking, draagt verantwoordelijkheid voor toezicht en handhaving en heeft bovendien een belangrijke taak bij de bescherming van de volksgezondheid.


Hoe is het mogelijk dat een overheid die burgers moet beschermen, jarenlang toestaat dat haar eigen afvalbedrijf opereert in een situatie die zij zelf als onveilig en onrechtmatig heeft erkend?



En wie betaalt daarvoor de prijs?



Niet de bestuurders die besluiten voor zich uitschuiven. Niet de instanties die elkaar de verantwoordelijkheid toeschuiven. Maar de bewoners die dag in, dag uit naast deze stortplaats moeten leven. En de medewerkers van het afvalverwerkingsbedrijf die onbeschermd gevaarlijk werk moeten doen. Hoeveel zieken en – nog erger – doden zijn er al gevallen zonder dat we ooit zullen weten in hoeverre dit aan dit mismanagement te wijten is?

Mensen die recht hebben op een veilige en gezonde leef- en werkomgeving, maar die bij herhaling ervaren dat hun zorgen worden gemarginaliseerd en gebagatelliseerd, hun vragen onvoldoende worden beantwoord en hun gezondheid kennelijk geen aanleiding vormt om met dezelfde voortvarendheid op te treden als waarmee men de afvalverwerking draaiende probeert te houden.

De overheid gedoogt de overtredingen van haar eigen afvalbedrijf. De bewoners en het personeel moeten de gevolgen verdragen.

En laten we vooral niet de fout maken om te denken dat dit uitsluitend een probleem is van de directe omwonenden van Lagun of de werknemers op de landfill. Tijdens de grote branden heeft de giftige rook zich over aanzienlijke delen van Bonaire verspreid. Inmiddels zijn ook verhoogde dioxinewaarden in de lokale voedselketen vastgesteld. Daarmee kan zonder aanvullend onderzoek niet worden uitgesloten dat de gevolgen van deze jarenlange milieuvervuiling zich veel verder uitstrekken dan op en rondom de stortplaats.

Zonder gedegen onderzoek naar de langdurige blootstelling van bewoners blijft de omvang van de mogelijke gezondheidsschade onbekend.
Dat weten we al lang. Toch blijft voortvarend handelen uit.

Het riekt naar georganiseerde onverantwoordelijkheid: men wil of durft de waarheid misschien niet onder ogen te zien. Een verantwoordelijkheidsvacuüm, of een sterk staaltje ‘flamingopolitiek’?

Dat is geen bescherming van burgers. Dat is het in de steek laten van burgers. Bewust.


De cijfers die niemand kan wegpoetsen

In februari 2024 onderzocht Environmental Compliance Limited (ECL) in opdracht van Selibon de uitstoot van de afvalverbrandingsinstallatie. De toelichting die de lokale afdeling Publieke Gezondheid samen met deskundigen op het gebied van medische milieukunde opstelde en op de overheidswebsite publiceerde, laat zien hoe ernstig de resultaten waren.

Bij de proefverbrandingen werden onder meer de volgende overschrijdingen van de vergunningsnormen vastgesteld:

•           Dioxines en furanen: 28 tot 208 keer de norm.

•           Stofdeeltjes: 64 tot 216 keer de norm.

•           Koolmonoxide: 775 tot 2.245 keer de norm.

•           Zwaveldioxide: tot 48 keer de norm.

•           Waterstofchloride: tot 21 keer de norm.

•           Zware metalen, als groep gemeten: tot 6 keer de norm.


Bij alle onderzochte afvalmengsels werden forse overschrijdingen gemeten. De installatie was eerder al stilgelegd na acties en protesten van de voorloper van Stichting Pro Lagun (destijds een informele vereniging genaamd Asosashion Pro Lagun) en werd na deze resultaten definitief buiten gebruik gesteld en de vergunning werd - in een zelden vertoonde vlaag van helderheid - ingetrokken.


De schoorsteenmetingen bewijzen op zichzelf niet welke stoffen individuele bewoners hebben ingeademd of welke gezondheidsschade zij hebben opgelopen. Maar dat maakt de cijfers niet minder ernstig. En dat maakt diepgaand onderzoek niet minder hard nodig. De lokale gezondheidsdienst stelde zelf vast dat het zeer aannemelijk was dat omwonenden tijdens het gebruik (circa 5 jaar!) van de installatie overlast en lichamelijke klachten hadden ervaren. Voor inzicht in de langetermijngevolgen was specialistisch vervolgonderzoek nodig.


Daarvoor zouden in het eerste kwartaal van 2025 voorstellen aan het Bestuurscollege worden voorgelegd.

Inmiddels is het oktober 2026. Waar blijft de besluitvorming over dat vervolgonderzoek? Welke onderzoeken worden uitgevoerd, volgens welke planning en onder wiens verantwoordelijkheid? En wanneer krijgen bewoners eindelijk duidelijkheid? De communicatie hieromtrent is non-existent.



BZK maakt zich ernstig zorgen. VWS verwijst naar de huisarts.

Op 24 september schreef staatssecretaris Eric van der Burg van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de gezaghebber van Bonaire dat hij zich ernstig zorgen maakt over de politiek-bestuurlijke situatie op het eiland.

Hij benoemt opeenvolgende bestuurlijke crises, politieke instabiliteit en signalen van mogelijke politieke inmenging in het ambtelijk apparaat. Volgens hem zetten die omstandigheden de continuïteit van het bestuur en de uitvoering van cruciale dossiers onder druk. Uiteindelijk zijn de inwoners van Bonaire daarvan de dupe.

Van der Burg noemt daarbij expliciet de uitvoering van de bestuursovereenkomst met Selibon. Hij vraagt de gezaghebber om concrete informatie over de maatregelen waarmee het bestuur

de voortgang gaat waarborgen, de ambtelijke organisatie gaat versterken en mogelijke politieke inmenging gaat tegengaan. Dat is een ernstige bestuurlijke waarschuwing vanuit Den Haag zelf.

Tijdens het VWS-debat van 23 september, waarin een motie voor een jaarlijkse gezondheidscheck voor omwonenden van Selibon werd besproken, verwees de bewindspersoon naar de mogelijkheid om naar de huisarts te gaan. De motie werd door de bewindspersoon ontraden.

Een huisarts kan individuele klachten beoordelen. Maar afzonderlijke huisartsbezoeken leveren geen samenhangend beeld op van de mogelijke gevolgen van jarenlange blootstelling aan verschillende schadelijke stoffen. Juist de samenhang tussen klachten, blootstelling en mogelijke gezondheidseffecten vraagt om onafhankelijk, georganiseerd onderzoek. Wie bewoners uitsluitend naar hun eigen huisarts verwijst, laat die overkoepelende vraag (wellicht bewust) onbeantwoord.

Hier ligt een tegenstrijdigheid die om uitleg vraagt. BZK erkent dat bestuurlijke instabiliteit de uitvoering van het Selibon-dossier bedreigt. Tegelijkertijd biedt het standpunt van VWS over de gezondheidscheck geen duidelijkheid over wie het ontbrekende specialistische vervolgonderzoek daadwerkelijk gaat organiseren.

Voor bewoners maakt het weinig uit welk departement formeel verantwoordelijk is wanneer de noodzakelijke besluiten uitblijven. Men mag afwachten tot de ziekte zich manifesteert, daarna kijken we wel weer verder, of misschien is het niet meer nodig...


De afvalberg krijgt aandacht. De bewoners wachten.

Er wordt gewerkt aan maatregelen op de stortplaats. Er zijn onderzoeken uitgevoerd, plannen opgesteld en bestuurlijke afspraken gemaakt. Maar de voortgang op het gebied van gezondheidsonderzoek is voor omwonenden nauwelijks zichtbaar.


Dat is de schrijnende tegenstelling in dit dossier. Ook hier geldt weer: alle betrokken staan met hun gezicht naar de afvalberg, maar daardoor automatisch met hun rug naar de bewoners.

De afvalberg wordt onderzocht. De uitstoot is gemeten. De verontreiniging is onderzocht. Inmiddels zijn ook verhoogde dioxinewaarden in de lokale voedselketen aangetroffen. Maar de mensen die jarenlang in de nabijheid van het afvalcentrum hebben gewoond, weten nog steeds onvoldoende over hun eigen blootstelling en mogelijke gezondheidsschade.

Het RIVM constateerde na de brand van november 2024 verhoogde dioxineconcentraties op vegetatie in de omgeving. Dat onderzoek was indicatief en bood geen volledig beeld van de langdurige blootstelling. Het RIVM deed wel de ernstige aanbeveling om verdere uitstoot te voorkomen (deze missie is niet gelukt gelet op de diverse branden die daarna nog gewoed hebben). De bevindingen bij geiten voegen daar nu een nieuwe zorg aan toe.


Het ontbreken van voldoende gegevens over individuele gezondheidsschade mag niet worden verward met het ontbreken van gezondheidsrisico's.

Wie stelt dat aanvullend onderzoek niet nodig is, moet kunnen uitleggen waarop die conclusie berust. En wie vindt dat het onderzoek lokaal georganiseerd moet worden, moet ook kunnen aantonen dat het lokale bestuur daartoe daadwerkelijk in staat is en dat er een uitvoerbaar plan ligt.

Maar het oude adagium “meten is weten” geldt ook andersom: “niet meten is niet weten”.

Meten ‘om de mensen heen’ (in de grond, lucht, het water, de dieren) zegt niet voldoende en doet geen recht aan de situatie. En als dan die meetresultaten van grond, lucht, water en dieren uitwijzen dat er grote zorgen zijn, hoe zetten we die zogenaamde grote zorgen dan in werking in de vorm van onderzoek onder de mensen, beter nog: onderzoek “in” de mensen? Of hoeft dat dan niet meer? Wij zien juist bittere noodzaak en geen enkele reden tot enige vorm van terughoudendheid.

Mensenrechten zijn geen sluitpost van het afvalbeleid

Het College voor de Rechten van de Mens heeft de situatie rond Selibon al enige tijd geleden nadrukkelijk vanuit mensenrechtenperspectief beoordeeld. Het wijst op de langdurige aanwezigheid van gevaarlijke afvalstoffen, het ontbreken van adequate bescherming, de terugkerende branden en de zorgen en gezondheidsklachten van omwonenden.


Volgens het College raken het langdurig ontbreken van vergunningen, onvoldoende handhaving en gebrekkige transparantie aan de fundamentele mensenrechten, waaronder het recht op gezondheid, bescherming van het privé- en gezinsleven en toegang tot een effectief rechtsmiddel.

Het College benadrukt bovendien dat zowel het lokale bestuur als de Nederlandse regering verantwoordelijkheid dragen voor de bescherming van mensenrechten in Caribisch Nederland. Wanneer lokale capaciteit, kennis of middelen tekortschieten, rust op de Nederlandse overheid in beginsel een verplichting om ondersteuning te bieden en in actie te komen.

Dat is precies de situatie waarvoor de bestuurlijke verantwoordelijkheidsverdeling bedoeld is: niet om naar elkaar te kunnen wijzen, maar om ervoor te zorgen dat inwoners daadwerkelijk worden beschermd.  


Wanneer wordt bestuurlijke bezorgdheid bestuurlijk handelen?

De recente brief van BZK maakt duidelijk dat de zorgen over het functioneren van het lokale bestuur inmiddels ook op het hoogste bestuurlijke niveau worden uitgesproken. De staatssecretaris heeft de gezaghebber om een formeel bericht en raad gevraagd en wil tijdens zijn werkbezoek in oktober spreken over vervolgstappen. Daarmee ligt er een concreet moment waarop niet alleen de algemene bestuurlijke situatie, maar ook de uitvoering van het Selibon-dossier aan de orde kan komen.


Voor de bewoners is vooral van belang wat daaruit volgt. Komen er harde afspraken? Worden verantwoordelijkheden ondubbelzinnig vastgelegd? Komt er een controleerbare planning voor specialistisch gezondheidsonderzoek? En wat gebeurt er wanneer ook de volgende termijn niet wordt gehaald?

Na vele jaren waarschuwingen en tweeënhalf jaar acute crisis zijn nieuwe intenties zonder uitvoerbare besluiten onvoldoende.

De kernvraag is eenvoudig: als Den Haag zelf vaststelt dat het lokale bestuur cruciale dossiers onvoldoende voortvarend uitvoert, hoe wordt dan gewaarborgd dat de omwonenden van Selibon niet opnieuw de rekening betalen voor bestuurlijke stilstand?

De bewoners hebben geen behoefte aan nog een ronde waarin verantwoordelijkheden worden verdeeld. Zij hebben behoefte aan duidelijkheid over hun gezondheid, openheid over de risico's en een overheid die aantoonbaar handelt.


En laten we vooral niet doen alsof onduidelijk is wie verantwoordelijk is.

Selibon is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering op de stortplaats. Het is een overheids-N.V. die jarenlang heeft geleden onder tekortschietend management en gebrekkige governance. Het Openbaar Lichaam Bonaire is enig aandeelhouder van Selibon, wettelijk verantwoordelijk voor de organisatie van de afvalverwerking én de eerstaangewezen overheid als het gaat om de bescherming van de volksgezondheid op Bonaire.

En daarboven staat de Nederlandse Staat. Niet als vrijblijvende toeschouwer (dat is al jarenlang geprobeerd) op 8.000 kilometer afstand, maar met een eigen verantwoordelijkheid voor de

inwoners van Caribisch Nederland. De rechtbank Den Haag heeft dat in de Greenpeace-zaak nog eens ondubbelzinnig duidelijk gemaakt: de Staat heeft zijn zorgplicht tegenover de inwoners van Bonaire onvoldoende ingevuld, heeft niet tijdig passende maatregelen genomen en heeft daarmee verdragsrechten geschonden. De bestuurlijke afstand tot Bonaire ontslaat Nederland dus niet van zijn verplichting om zijn inwoners daadwerkelijk te beschermen. Ook als het gaat om de afvalverwerking zijn de mensenrechten in het geding en heeft de Rijksoverheid een positieve verplichting om de bepalingen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens na te komen. Een actieve zorgplicht, geen passief toekijken en de verantwoordelijkheid terugschuiven naar de lokale – volstrekt incompetent gebleken – lokale bestuurslaag.


Natuurlijk ging de Greenpeace-zaak over klimaatverandering en niet over Selibon. Maar het onderliggende beginsel is hetzelfde: ook op Bonaire moet de Nederlandse Staat de mensenrechten van inwoners daadwerkelijk beschermen. Bestuurlijke taakverdeling en geografische afstand zijn geen vrijbrief om bij bekende risico’s passief toe te kijken. Juist wanneer het lokale bestuur er jarenlang niet in slaagt die risico’s weg te nemen, dringt zich de vraag op wanneer de Rijksoverheid haar eigen verantwoordelijkheid daadwerkelijk gaat invullen.


Aan verantwoordelijken is in dit dossier kortom geen gebrek.

Selibon als afvalverwerker. Het OLB als enig aandeelhouder, organisator van de afvalverwerking en verantwoordelijke voor toezicht en volksgezondheid. De betrokken gezondheidsdiensten en ministeries. En de Rijksoverheid, met een eigen verantwoordelijkheid voor de bescherming van mensenrechten en voor het functioneren van het bestuurlijke stelsel.

Wat na dertien jaar nog altijd ontbreekt, is iets veel eenvoudigers: iemand die daadwerkelijk verantwoordelijkheid néémt..

We zoeken iemand die niet nog een rapport bestelt, niet naar een ander bestuursorgaan wijst en niet uitlegt waarom een ander eerst aan zet is. We zoeken iemand die zegt: dit duurt al veel te lang, deze mensen hebben recht op duidelijkheid en wij gaan daarvoor zorgen.

(Laten we 1 positieve noot toevoegen: het lijkt bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat doorgedrongen te zijn en vooruitlopend op een noodzakelijke wetswijziging van IAB-BES wordt er gewerkt aan oplossingen voor de afvalverwerking. We wachten de resultaten in spanning af. Nu VWS nog!)

Want terwijl overheden discussiëren over wie waarvoor verantwoordelijk is, wonen en werken er echte mensen naast en op die stortplaats. Mensen die de rook hebben ingeademd. Mensen die jarenlang niet wisten wat er uit die schoorsteen kwam. Mensen die nu horen dat dioxines in de lokale voedselketen zijn aangetroffen. En mensen aan wie vervolgens wordt verteld dat onvoldoende bekend is wat dat voor hun gezondheid heeft betekend — omdat diezelfde overheid dat nog altijd niet afdoende heeft onderzocht en eigenlijk ook niet echt van plan is om dit te gaan onderzoeken.


Dat is misschien wel de meest pijnlijke conclusie na al die jaren: iedereen is verantwoordelijk, maar niemand neemt verantwoordelijkheid.


En zolang dat zo blijft, betalen niet de bestuurders, niet de departementen en niet de overheids-N.V. de prijs.

Die rekening ligt bij de bewoners van Lagun, bij de medewerkers van Selibon en misschien wel bij veel andere bewoners van het mooie Bonaire.


En de prijs die ze betalen is hun gezondheid.




_____________




Jan Verbeek

Voorzitter Stichting Pro Lagun

11 Oktober 2026

Previous
Previous

Handhavingsverzoek

Next
Next

Milieu Effecten Rapportage