Handhavingsverzoek

Inleiding: de acties van Pro Lagun op een rij

Stichting Pro Lagun heeft zich ingezet om de situatie rond de afvalstortplaats Selibon Lagun op Bonaire formeel onder de aandacht van de verantwoordelijke instanties te brengen. De stichting heeft daarbij niet alleen gewezen op zorgen over de vergunningensituatie en het beheer van de stortplaats, maar ook aangedrongen op handhavend optreden, het aanpakken van ongecontroleerde afvalactiviteiten en onafhankelijk onderzoek naar mogelijke milieuverontreiniging en gezondheidsrisico’s voor omwonenden.

Op 20 februari 2025 zette Pro Lagun een belangrijke stap door een formeel handhavingsverzoek in te dienen bij de Directie Toezicht en Handhaving van het Openbaar Lichaam Bonaire (OLB). Toen de stichting van mening was dat niet op alle onderdelen van haar verzoek was gereageerd, volgden een bezwaarschrift, een beroepsprocedure en aanvullende beroepsgronden.

De verschillende documenten laten zien hoe Pro Lagun haar verzoeken en argumenten achtereenvolgens heeft vastgelegd en juridisch heeft voortgezet. Ze geven ook inzicht in de reacties van het OLB, de beoordeling door de bezwaaradviescommissie en de punten waarover partijen van mening verschillen.

Dit artikel is bedoeld als naslagwerk over de acties die Stichting Pro Lagun in deze procedure heeft ondernomen. De documenten worden in chronologische volgorde behandeld. Per document wordt toegelicht wat de aanleiding was, wat erin staat en welke betekenis het heeft voor het verloop van de zaak.

Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de standpunten van Pro Lagun, de reacties van het OLB, de bevindingen en adviezen van andere instanties en eventuele rechterlijke uitspraken. Een standpunt of beschrijving in een processtuk wordt niet zonder meer beschouwd als een onafhankelijk vastgesteld feit.

Het handhavingsverzoek van 20 februari 2025

Document: Brief aan de Directie Toezicht en Handhaving
Datum: 20 februari 2025
Afzender: Stichting Pro Lagun, vertegenwoordigd door haar advocaat

Aanleiding

Op 20 februari 2025 diende Stichting Pro Lagun een formeel handhavingsverzoek in bij de Directie Toezicht en Handhaving van het OLB. De stichting vroeg de overheid op te treden tegen de situatie bij de afvalstortplaats Selibon Lagun.

In het verzoek stelde Pro Lagun dat Selibon afvalactiviteiten uitvoerde zonder over de vereiste vergunningen voor alle activiteiten te beschikken. Ook wees de stichting op tekortkomingen in de omgang met verschillende afvalstromen, onvoldoende controle op afval dat door derden werd aangevoerd en branden op het terrein.

De brief verwees naar eerdere branden, waaronder grote branden in mei en november 2024, en naar rapporten van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en MOD. Volgens Pro Lagun bestond er reden tot zorg over de verspreiding van schadelijke stoffen en de mogelijke gevolgen daarvan voor de omgeving en de gezondheid van omwonenden.

Wat vroeg Pro Lagun?

Het handhavingsverzoek bevatte verschillende verzoeken aan het bestuur:

  • Op te treden tegen het storten van afval zonder de vereiste vergunning en illegaal gestort afval te laten verwijderen.

  • Ongecontroleerde stort- en vervuilingsactiviteiten te beëindigen.

  • Onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de mate van milieuverontreiniging en de mogelijke gezondheidsrisico’s, waaronder mogelijke gezondheidsschade bij omwonenden.

Pro Lagun onderbouwde haar verzoek met verwijzingen naar toepasselijke regelgeving, de verantwoordelijkheid van het bestuur om handhavend op te treden en de bescherming van de gezondheid en leefomgeving.

Betekenis voor het dossier

Dit document vormt het formele beginpunt van de hier beschreven procedure. De stichting legde haar zorgen vast en vroeg het bestuur om concrete maatregelen en onderzoek. Daarmee werd duidelijk welke problemen Pro Lagun aan de orde stelde en wat zij van de verantwoordelijke instantie verlangde.

De centrale inzet van Pro Lagun was vanaf het begin tweeledig: optreden tegen de volgens de stichting onrechtmatige of ongecontroleerde afvalactiviteiten én inzicht verkrijgen in de mogelijke gevolgen voor milieu en gezondheid.

Het bezwaarschrift van 22 april 2025

Document: Bezwaar Pro Lagun
Datum: 22 april 2025
Aanleiding: Reactie van het OLB van 12 maart 2025

Waarom maakte Pro Lagun bezwaar?

Na het handhavingsverzoek reageerde het OLB op 12 maart 2025. Pro Lagun vond dat deze reactie niet alle onderdelen van haar oorspronkelijke verzoek afdekte. Daarom diende de stichting op 22 april 2025 een bezwaarschrift in.

Volgens Pro Lagun was onvoldoende ingegaan op het verwijderen van illegaal gestort afval, het beëindigen van ongecontroleerde afvalactiviteiten door derden en het uitvoeren van onafhankelijk onderzoek naar milieuverontreiniging en mogelijke gezondheidsrisico’s.

De stichting verzocht het bestuur om de reactie opnieuw te beoordelen en alsnog aan haar verzoeken tegemoet te komen.

Betekenis voor het dossier

Met dit bezwaar zette Pro Lagun de volgende formele stap. De discussie ging inmiddels niet alleen over de gewenste maatregelen bij Selibon Lagun, maar ook over de vraag of het OLB voldoende had gereageerd op de verschillende onderdelen van het handhavingsverzoek.

Het bezwaarschrift legde daarmee de basis voor de daaropvolgende juridische discussie over de aard van de reactie van het bestuur en de vraag welke procedurele mogelijkheden Pro Lagun daartegen kon benutten.

De beslissing op bezwaar van 8 december 2025

Document: Beslissing op bezwaar Stichting Pro Lagun
Zaaknummer: Z-25-033369
Datum: 8 december 2025
Afzender: Openbaar Lichaam Bonaire

De uitkomst van het bezwaar

Op 8 december 2025 verklaarde het OLB het bezwaar van Pro Lagun niet-ontvankelijk. Het bestuur volgde daarmee het advies van de bezwaaradviescommissie.

De kern van de beslissing was procedureel. Volgens de commissie was de brief van 12 maart 2025 geen besluit waartegen bezwaar kon worden gemaakt. De brief werd beschouwd als een mededeling over de voorgenomen handhaving en de tijdelijke gedoogconstructie, niet als een formeel besluit dat zelfstandig vatbaar was voor bezwaar.

De commissie wees erop dat het OLB op 2 april 2025 een last onder bestuursdwang aan Selibon had opgelegd. Volgens haar had Pro Lagun die last moeten aanvechten als de stichting vond dat de opgelegde maatregelen onvoldoende waren. Dat was niet gebeurd.

De niet-ontvankelijkverklaring betekende dat het bezwaar tegen de brief van 12 maart 2025 niet inhoudelijk werd behandeld.

De aanvullende opmerkingen van de bezwaaradviescommissie

Naast haar procedurele beoordeling besteedde de commissie aandacht aan de feitelijke situatie bij de stortplaats. In aanvullende overwegingen beschreef zij ernstige tekortkomingen en zorgen die naar voren waren gekomen tijdens een bezoek aan het terrein.

De commissie noemde onder meer:

  • Een niet-functionerende weegbrug, waardoor controle op de aan- en afvoer van afval werd bemoeilijkt.

  • Zorgen over de opslag van asbest en het risico op verspreiding van vezels.

  • Onvoldoende verwijdering en ophoping van medisch afval.

  • Gebrekkige instructies en controle op het terrein.

  • Vervuiling van de zee in de omgeving, die volgens de commissie een direct gevaar vormde voor de volksgezondheid en het mariene milieu.

  • Oude afvalbergen waarin regelmatig branden ontstonden en die volgens de commissie dringend moesten worden afgedekt en aangepakt.

De commissie stelde daarnaast dat de mate van verontreiniging en de mogelijke gezondheidsrisico’s onvoldoende waren onderzocht. In het bijzonder ontbrak volgens haar voldoende onderzoek naar mogelijke gezondheidsschade bij omwonenden. Ook was volgens de commissie onvoldoende onderzocht welke alternatieve oplossingen en risicobeperkende maatregelen mogelijk waren.

De commissie was kritisch over de praktische uitvoering van de maatregelen en beschreef het risico dat handhaving vooral op papier bestond, terwijl noodzakelijke verbeteringen uitbleven of werden uitgesteld. Zij benadrukte dat concrete maatregelen, nader onderzoek en samenwerking tussen de betrokken overheden en organisaties noodzakelijk waren.

Betekenis voor de acties van Pro Lagun

Deze beslissing was een belangrijk procedureel keerpunt. Het bezwaar leverde niet de door Pro Lagun gewenste inhoudelijke beoordeling op, maar de aanvullende opmerkingen van de commissie bevestigden wel dat er volgens haar ernstige aandachtspunten bestonden.

Het is daarbij belangrijk onderscheid te maken tussen de formele beslissing en de aanvullende overwegingen. De bezwaaradviescommissie verklaarde het bezwaar niet inhoudelijk gegrond of ongegrond, maar adviseerde over de ontvankelijkheid. Haar kritische opmerkingen over de situatie bij de stortplaats waren geen rechterlijke uitspraak en vormden niet de formele grondslag van de beslissing.

Na deze beslissing zette Pro Lagun de juridische procedure voort.

Het beroep en de aanvullende beroepsgronden van 11 mei 2026

Document: Aanvullende gronden beroep, inclusief bijlagen
Datum: 11 mei 2026
Afzender: Stichting Pro Lagun

Voortzetting van de procedure

Na de beslissing op bezwaar zette Pro Lagun haar juridische stappen voort bij het gerecht. De beroepsprocedure richtte zich onder meer op de beslissing om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren en op de wijze waarop het OLB met het oorspronkelijke handhavingsverzoek was omgegaan.

Op 11 mei 2026 diende Pro Lagun aanvullende beroepsgronden in. Het document bevatte een nadere uitwerking van haar argumenten en verschillende bijlagen die relevant waren voor de bredere context van de zaak.

De bijlage van de Nationale ombudsman

Een van de bijlagen betreft een schrijven van de Nationale ombudsman aan de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties van de Tweede Kamer.

Daarin beschreef de ombudsman zorgen over de aanhoudende problemen rond de stortplaats, waaronder branden, rook, stank en de onzekerheid die bewoners ervaren. Het schrijven ging ook in op de vraag of de overheid voldoende verantwoordelijkheid had genomen voor de bescherming van de gezondheid en leefomgeving van bewoners.

De ombudsman beschreef een onderzoek naar de wijze waarop overheidsinstanties met de situatie waren omgegaan. Daarbij kwamen onder meer de noodzaak van een structurele oplossing, alternatieve afvalverwerking, sanering van verontreinigde grond en aandacht voor huidige en voormalige bewoners aan de orde.

Deze bijlage bood aanvullende context voor de zorgen die Pro Lagun in haar procedure naar voren bracht. De standpunten en bevindingen van de ombudsman moeten daarbij worden onderscheiden van een rechterlijke uitspraak in de zaak van Pro Lagun.

De bijlage van Renewi: mogelijkheden voor afvalverwerking

Een andere bijlage is een e-mail van Renewi van 26 januari 2026. Daarin worden mogelijke routes beschreven om afvalstromen op Bonaire anders te verwerken of af te voeren.

Volgens de e-mail produceert Bonaire jaarlijks ongeveer 30.000 ton afval. Renewi beschreef mogelijkheden voor lokale verwerking, zoals compostering van groenafval en het verwerken van puin, grond en glas voor hergebruik. Daarnaast werden exportmogelijkheden genoemd voor verschillende afvalstromen, waaronder papier, plastics, metalen, elektronisch afval en bepaalde bijzondere afvalstromen.

Renewi schatte dat op korte termijn ongeveer de helft van het afval via gescheiden lokale verwerking en export zou kunnen worden aangepakt, mits besluiten zouden worden genomen over onder meer financiering, uitvoerders en zakelijke haalbaarheid.

Voor het resterende gemengde afval werden oplossingen besproken die meer tijd zouden vergen, zoals voorbehandeling gevolgd door verbranding. Als tijdelijke mogelijkheid werd ook het balen van afval en afzonderlijk opslaan of exporteren genoemd. De e-mail vermeldde voor export naar Nederland een indicatieve kostenraming van € 500 tot € 1.000 per ton.

Dit zijn voorstellen en ramingen van Renewi. Uit de bijlage alleen kan niet worden afgeleid dat deze mogelijkheden zijn goedgekeurd, gefinancierd of uitgevoerd.

Betekenis voor het dossier

Met de aanvullende beroepsgronden bracht Pro Lagun haar argumentatie verder in de procedure. De bijlagen voegden informatie toe over de zorgen van andere instanties en over mogelijke alternatieven voor de afvalverwerking.

Daarmee omvatte het dossier niet alleen de vraag of het OLB procedureel juist had gehandeld, maar ook informatie die relevant was voor de discussie over oplossingen, onderzoek en de praktische haalbaarheid van verandering.


In het verweerschrift van 28 juli 2026 zet het OLB uiteen waarom het vindt dat het beroep van Pro Lagun ongegrond moet worden verklaard.

Het bestuur houdt vast aan het standpunt dat de brief van 12 maart 2025 geen besluit was waartegen bezwaar openstond. Daarnaast betoogt het dat de maatregelen die het heeft genomen passend zijn en dat onmiddellijke sluiting zonder alternatieve afvalverwerking nieuwe problemen kan veroorzaken.

Het OLB beschrijft verschillende maatregelen die volgens het bestuur zijn genomen of voorbereid. Het noemt onder meer plannen voor brandpreventie en stortplaatsbeheer, de inzet van deskundigen, dagelijkse inspecties en samenwerking met Afvalzorg Nederland. Ook stelt het bestuur dat werkzaamheden aan nieuwe stortcompartimenten en de sluiting en nazorg van bestaande compartimenten zijn voorbereid.

Het OLB noemt 31 december 2028 als beoogde datum voor sluiting van de stortplaats. Dat is de planning die het bestuur in zijn verweerschrift naar voren brengt, geen garantie dat de sluiting daadwerkelijk op die datum plaatsvindt.

Over gezondheidsonderzoek stelt het bestuur dat dit niet binnen de reikwijdte van het specifieke handhavingsinstrument valt. Tegelijkertijd verwijst het naar onderzoeken en meetplannen die volgens het verweerschrift worden voorbereid.

Het verweerschrift maakt duidelijk waar de standpunten van Pro Lagun en het OLB tegenover elkaar staan. De stichting heeft aangedrongen op handhaving en onderzoek; het bestuur verdedigt de gevolgde procedure en wijst op maatregelen die volgens hem al zijn genomen of nog worden uitgevoerd.

Wat deze stappen samen laten zien

Sinds februari 2025 heeft Stichting Pro Lagun verschillende formele stappen gezet: van het oorspronkelijke handhavingsverzoek tot het bezwaar en de verdere beroepsprocedure. Bij iedere stap heeft de stichting geprobeerd haar zorgen en verzoeken onder de aandacht te houden en haar argumenten verder vast te leggen.

De documenten laten ook zien dat de juridische discussie niet losstaat van de inhoudelijke vragen over de stortplaats. De procedure gaat over de manier waarop het bestuur op het handhavingsverzoek heeft gereageerd, maar raakt eveneens aan vragen over toezicht, maatregelen, onderzoek naar mogelijke risico’s en alternatieven voor de afvalverwerking.

Tegelijkertijd is het belangrijk onderscheid te blijven maken tussen de standpunten van Pro Lagun, de verdediging van het OLB en de opmerkingen van andere instanties. De beschreven documenten vormen geen definitieve rechterlijke vaststelling van alle inhoudelijke geschilpunten.

Voor Pro Lagun is het vastleggen van deze stappen van belang. Het maakt inzichtelijk welke acties de stichting heeft ondernomen, welke reacties daarop zijn gevolgd en welke vragen in de procedure aan de orde zijn gesteld.

De verdere beoordeling van de zaak moet uitwijzen hoe het gerecht de juridische geschilpunten beoordeelt. Dit overzicht biedt in ieder geval een terugblik op de acties die Pro Lagun tot en met het verweerschrift van juli 2026 heeft ondernomen en de belangrijkste ontwikkelingen die daarop volgden.


Vervolg: behandeling bij het gerecht

Na het handhavingsverzoek, het bezwaar en de daaropvolgende beroepsprocedure staat de zaak volgens de beschikbare correspondentie gepland voor behandeling bij het gerecht op Bonaire op

23 oktober 2026 om 14.00 uur lokale tijd.

Tijdens deze zitting wordt de beroepszaak rond het handhavingsverzoek behandeld. De zitting vormt een volgende stap in de procedure die Stichting Pro Lagun in februari 2025 is gestart. De uitkomst is op het moment van schrijven nog niet bekend.

Next
Next

Verantwoordelijkheidsmijding